VAN DE PREDIKANTEN

Kerkstraat 16

Vanmorgen las ik in dagblad Trouw een verhaal over Tim Vreugdenhil, PKN predikant te Amsterdam. Vreugdenhil spreekt uit ervaring als hij zegt dat in Amsterdam de kerk op het randje van verdwijnen staat. Kerkgangers zijn er een uitstervend ras. Honderd mensen in de ochtenddienst is al een behoorlijke opkomst. En dat voor een stad met 850.000 inwoners. Twee en half jaar geleden besloot hij het roer om te gooien. Hij zocht naar een vorm van kerk-zijn buiten de gebaande paden om. Want hij was niet klaar met de kerk. Dominees en de kerk hebben volgens hem ‘goud in handen’, n.l. de Bijbel als bron. Die wil hij beschikbaar stellen voor ongelovige millennials. Voor al die (jonge) mensen die zitten met vragen over de tijd waarin ze leven en wie ze zelf zijn. Daarom organiseert hij de zgn. ‘stand-up theology-evenementen’ in de Oosterkerk. Hij gebruikt de actualiteit, wetenschap, boeken en interviews om mensen aan het denken te zetten over existentiële en actuele thema’s waarbij hij niet schroomt de Bijbel als bron te nemen en te spreken over God en Jezus. Deze nieuwe vorm van kerk-zijn slaat aan.

Het is een mooi voorbeeld van wat binnen de Protestantse Kerk Nederland ‘pionieren’ heet. De Protestantse Kerk in Nederland stimuleert het ontstaan van pioniersplekken: dat zijn nieuwe vormen van kerkzijn voor mensen die niet (meer) naar een kerk gaan. Belangrijke uitgangspunten zijn afstemming op de context, werken vanuit gedeeld geloof en gericht zijn op gemeenschapsvorming. Pioniersplekken kunnen vanuit allerlei vormen ontstaan. In een café verhalen uit de Bijbel bespreken; een kledingruilwinkel; een leefgemeenschap; ouders die samen met hun kinderen eten, zingen en knutselen; een klooster nieuwe stijl; een netwerk van jongeren…Een pioniersplek hoeft niet heel  grootschalig te zijn, want meestal gaat het om relatief kleine groepen, ergens tussen de 15 en 75 mensen. Groter mag natuurlijk ook. Een pioniersplek begint vaak bij één of twee mensen die een missionair verlangen willen omzetten in actie.

Op 19 en 20 juni ga ik op nascholing. Thema van de cursus is: Pionieren en nieuwe kerkplekken ontwikkelen. Ik heb hiervoor gekozen omdat ik er naar mijn idee (te) weinig over weet. Het voelt ook een beetje als een ‘ver van mijn bed show’. Terwijl  het binnen de PKN een heel actueel onderwerp is en ook in de synode wordt hierover gesproken. Om beter geïnformeerd te raken en een visie hierop te ontwikkelen, heb ik mij voor de cursus aangemeld.

Zo gaan we richting de zomervakantie. Het mooie van kerk-zijn in de traditionele vorm is dat de zondagse eredienst wekelijks doorgang vindt, vakantie of niet. Zo wordt de lofzang gaande gehouden en de liefde van God in Jezus Christus ontvangen en doorgegeven.

Een hartelijke groet en Gods Vrede,

Ds. Marja de Jager

 

Eelderwolde

Pepermunt

Welke kerkganger is er niet mee groot geworden? Met een pepermuntje tijdens de kerkdienst. ‘Kerkvoer bij uitstek’, zoals iemand eens zei. Als de preek begint, dan wordt de tas geopend of in de jaszak gevoeld, waar het rolletje King zich doorgaans eenvoudig laat vinden.

Ik herinner mij deze handeling van kindsbeen af. In de achterste, voor ons gezin gereserveerde kerkbank – mijn vader was koster – zat ik vroeger naast mijn moeder en boer Sietse. Van beide kanten werd mij het witte snoepgoed aangeboden. Ik kon kiezen, een Wilhelmina pepermunt van mijn moeder of een halve (!) maagpepermunt van Sietse, die trouwens na dit gebaar steevast in slaap viel.

Ik heb van horen zeggen dat Hervormden doorgaans Faam als merk pepermunt hadden en Gereformeerden King. Faam was een pepermuntje dat je sneller op had, het smolt in je mond, maar de preek was in Hervormde kring dan ook korter, zo werd mij verteld. Als kind nam ik deze informatie voor lief aan, maar of het overeenkwam met de werkelijkheid?

De bekende schrijver Maarten ’t Hart, die doorgaans niet erg positief over de kerk van zijn jeugd spreekt, vertelt in ‘Het vrome volk’ ook over het fenomeen peperpunt. In deze roman zegt hij, dat een preek ‘ongeveer zes King pepermunten zuigen’ duurde. Ook de zanger Stef Bos laat zich niet onbetuigd over het pepermuntje onder de preek, dat hij in een lied zelfs ‘de protestantse hostie’ noemt: ‘Pepermunt, pepermunt, als de preek je gaat vervelen, als je niet meer luisteren kunt’.

Het snoepen onder kerktijd had natuurlijk ook een reden. Het pittig smakende pepermuntje zorgde ervoor dat je bij de les bleef en het actief kauwen of zuigen voorkwam dat je versufte. Ik weet dat er collega’s zijn die zich eraan ergeren, als het geritsel van de rol rondgaat. Ik heb  dat eerlijk gezegd niet. Het is een ‘traditie’ die me in zekere zin ontroert. Even zo’n kleine por in je zij, van je buurman of buurvrouw, die je, niet zelden met een glimlach, zo’n wit schijfje voorhoudt, ach, dat treft me. En het herinnert me aan een tijd, dat ik, ingeklemd tussen mijn moeder en de boer, mijn eerste schreden zette in de kerk waar Gods bevrijdende woorden, als pepermunt, soms zoet, soms pittig, klonken. In een kerkblad trof ik eens het volgende gedichtje aan, te komisch om niet door te geven.

‘t Gezang is af en ‘t orgel zwijgt.
De dominee heeft de tekst gezeid:
Johannes drie, vers twee en vier.
Toen klonk geritsel van papier.
De pepermuntjes gingen rond.
Daar rolt d’r eentje over de grond.
De man in toga wacht geduldig
totdat ‘t rolletje zorgvuldig
– of wat d’r nog van over is –
in de tas opgeborgen is,
alsof het zich ook wil bezinnen.
Schijnt door ‘t hoge raam naar binnen,
‘t mooie licht van de morgen zon
‘t wordt stil, en de dominee begon.

 

Zondagmiddagbijeenkomst 30-45 plus

Afgelopen zondagmiddag kwam een groep van ruim dertig gemeenteleden, in bovengenoemde leeftijdscategorie, bij elkaar in ‘Aan boord’ om gezellig een hapje en drankje te nuttigen. De vorige keer gingen we vooral inhoudelijk met elkaar aan de slag, nu lag de nadruk op een informeel samenzijn. Een ieder had wat meegebracht, zodat we konden smullen van vele en diverse kook- en bakkunsten. Glenda Boonstra had de entourage opnieuw prima georganiseerd, groot compliment daarvoor, en wenste ons allen een hartelijk welkom! De kinderen vermaakten zich ook prima, met elkaar, met stoepkrijt en bellenblaas. Het weer was uitstekend, zodat we buiten aan tafel konden zitten. Bovendien, heel belangrijk, werd de muziek ‘live’ verzorgd door Ruben Eisses en Michiel Westerdijk. Top gedaan! Het was een mooi moment, zo met elkaar. Kerk zijn en met elkaar tafelen, dat is van oudsher een goede combinatie. Na de zomervakantie staan er weer diverse activiteiten op stapel. 

Meeleven met elkaar

Voor allen die ziek zijn, in het verzorgingshuis of thuis, en voor gemeenteleden, die het om verschillende redenen moeilijk hebben in deze periode van hun leven, bidden we om Gods licht en liefde, en mensen die met hun zorg en trouw hun nabijheid schenken.

De dienst van afgelopen zondag besloten we met de zegen, zoals die in Lied 821 is beschreven. Een zegen, die ik hier ook aan alle lezers en lezeressen van harte meegeef.

Dat de weg naar je toekomt,
dat de wind je steunt in de rug,
dat de zon je gezicht laat stralen,
dat de regen je akker vruchtbaar maakt,
dat God tot op de dag dat we elkaar weer zien
je draagt in de palm van zijn hand,
je draagt in de palm van zijn hand.

Allen hartelijk gegroet,
Ds. Ybo Buurma

 

 

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *